Bid

 

Bid en werk

De opdracht ‘Ora et Labora’ uit regel van Benedictus was revolutionair omdat werk in zijn tijd alleen maar gedaan werd door slaven, lijfeigenen en onderhorigen. Werk was minderwaardig, het hoorde bij de laagste maatschappelijke stand. Tot kloostergemeenschappen traden vrijwel alleen mensen toe uit de hogere kringen. Zo verplichtten zij zich naast gebed tot werk, tot een activiteit dus die ver beneden hun stand was. Nu konden monniken tot uiting brengen dat ze lijfeigene waren in dienst van Jezus die hen was voorgegaan in nederigheid.

In deze tijd is het precies andersom. De economie is heilig, bijna alles (incluis de mens) is daaraan onderhorig. Wie een loonstrookje heeft, wordt voor vol aangezien en des te meer je verdient des te hoger op de ladder. Bidden is voor de meesten ver beneden hun stand, iets voor zwakkelingen, een minderwaardig werk. Nu kunnen christenen tonen dat ze volgelingen zijn van Jezus Christus die hen is voorgegaan in het bidden.

Praktijk

De praktijk van het bidden op de Vinkenbos is als volgt: het dagelijks persoonlijk gebed in de ochtend, de gezamenlijke vesper op woensdagavond (met aansluitend het leerhuis), het Jezusgebed door de dag heen en de viering op zondag in de diverse kerken waarvan we lid zijn. Sinds 1993 hebben we hier werk van gemaakt en menen een eenvoudige en voor iedereen werkzame manier te hebben gevonden. Voor het ochtendgebed is er een eenvoudige liturgie met verklaring (bij het ochtendgebed) beschikbaar en voor het Jezusgebed een uitleg van wat het is, hoe te gebruiken, waar het vandaan komt en wat het doet.