de week van Trinitatis

Een plezierige avond met zomaar allerlei onderwerpen maar een scherp kantje aan het eind aangaande de doop….

Trinitatis

Als we over God spreken onder elkaar (gebeurt dat trouwens nog wel eens, gewoon zo door de week?) of als we met mensen van andere geloven over God spreken, dan denken we al gauw dat we het over dezelfde God hebben (God = Allah = etc.). De vraag rijst of dat wel zo is. Kallistos Ware wijst ons er in zijn boek ‘de weg van Christus’ op om in een gesprek aangaande ‘Gods zaken’ vooral vanaf het allereerste begin duidelijk te maken dat de God van de Bijbel en van de christenen de Heilige Drieëenheid is: Vader, Zoon en Heilige Geest (trinitatis). Wanneer dat niet gebeurt, zou het om de lieve vrede zo maar kunnen dat die God en Allah en anderen worden gelijk geschakeld. In zijn eigen woorden:

Het is voor de orthodoxe christen ondenkbaar te spreken over de Ene God, wanneer niet eerst wordt gesproken over de God die Communio is, dit is de Heilige Drieëenheid .

Humaniteit

Als we dan met het godsbegrip voorlopig met elkaar niet verder komen hoe zullen we dan de diverse godsdiensten onderling vergelijken? Of wat zou een gemeenschappelijke noemer kunnen zijn om met elkaar te spreken. De liefde? Te wazig. De mystiek? Te smal. De ethiek? De plichten? Na gesprek, voorzichtig formuleren, aftasten kwamen we op de humaniteit. Zou dat wellicht een criterium kunnen zijn, een gemeenschappelijke noemer om elkaar op te bevragen. En dat zeker niet alleen in relatie met andere godsdiensten maar in eerste instantie maar eens binnen de verschillende christelijke kerken!!! Is onze onderlinge verhouding humaan? Zijn onze preken humaan? Herkent men christenen aan hun humaniteit?

Mensenzoon

‘überhaupt geen eigenwillige logica der natuurlijke theologie aangaande God, maar alleen Jezus Christus mag ons denken over God bepalen’

Een citaat uit ‘de triomf der genade bij Karl Barth’ in hoofdstuk V: ‘Triomf der verzoening’. Die ongelooflijke almachtige God van de Bijbel, zo volstrekt anders dan alle andere goden in zijn onmacht, zwakheid en nederigheid; dát is zijn almacht / kom daar eens om bij die andere goden…… In het handelen van Jezus Christus komen we niet in aanraking met een van Gods handelen isoleerbaar handelen van de mensenzoon. Dit is een fatale dwaling van de Christologie. Het handelen van Jezus Christus op aarde is Gods eigen handelen! Ook hier geldt dus weer: van de wáre macht Gods kunnen we alleen vanuit Jezus Christus spreken.

De doop

Een spannend moment ontstaat wanneer het aan het eind van de avond gaat over de doop. Onze pinkster broeders en zusters hebben de neiging (je hoopt niet de overtuiging) om de kinderdoop niet als doop te erkennen; zij willen dat als besprenkeling zien (wat dat ook moge betekenen). Het is daarom gebruik om over te dopen wil je lid worden van één van die kerken. Omdat zulke ‘overtuigingen’ hardnekkig zijn, bestaat gauw het gevaar dat ze een wig drijven in de samenhorigheid van de gemeenschap. -Let hier tussendoor even op, op de dubbele betekenis van samenhorigheid: een gemeenschap die wil ‘samen-horen’ maar die ook samen wil HOREN-.

Graag laten we dr. W. Dekker hier een woord spreken:

Eenheid

Wanneer Paulus schrijft in Efeze 4 over de eenheid van de gemeente, dient de doop als symbool bij uitstek van deze eenheid. De gemeente van Christus kan niet anders dan één zijn omdat er maar één Heer is, één Geest en ook één doop.

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest

Oecumenisch gezien is het dan ook grote winst dat praktisch alle kerken ondanks alle ingrijpende verschillen die er verder zijn, elkaars doop erkennen als de eenmalige inlijving in het lichaam van Christus. Iemand die in de Rooms Katholieke parochie is gedoopt, wordt niet opnieuw gedoopt wanneer hij overgaat naar een hervormde gemeente die behoort tot de Gereformeerde Bond. Ook iemand die als volwassene gedoopt is in een pinkstergemeente wordt niet opnieuw gedoopt wanneer hij gaat behoren tot een hervormde gemeente. Het enige criterium voor de echtheid van de doop is of deze heeft plaatsgevonden op bevel van Christus in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Eén doop

Bij alle verdriet over de kerkelijke verscheurdheid, heeft deze heilzame inconsequentie van de erkenning van de doop over alle kerkmuren heen mij altijd veel vreugde gegeven. Eén keer blijkt de leer toch sterker te zijn dan het leven. Eén keer blijkt de leer toch samen te binden. De leer namelijk dat er maar één doop kan zijn. Ontken je de geldigheid van deze doop bij de ander dan ontken je dat de ander, hoe dan ook, behoort tot het ene lichaam van Christus. Je bent daarmee zelf tot een sekte geworden of je degradeert de ander tot lid van een valse kerk