Het koninkrijk der hemelen lijkt op …..

Gelijkenis

“Het koninkrijk der hemelen lijkt op een schat verborgen in de akker; een mens vindt die en verbergt hem; van blijdschap over hem gaat hij heen, verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker! Wéér waar het koninkrijk der hemelen op lijkt: een koopman op zoek naar mooie parels; als hij één heel kostbare parel vindt, gaat hij heen, heeft alles verkocht wat hij had en koopt hem!”

Uitleg

Guardini spreekt op een heel bijzondere manier over deze gelijkenis. Uitgesproken in een kerkdienst zou het als preek niet misstaan.

De man op de akker heeft zijn wereld: akker, ploeg en oogst, zijn hut en zijn leven er in. Dit alles rust in zichzelf, gaat zijn gang, heeft zijn vrede. Doch plotseling vindt hij het vat met goudstukken: deze schat raakt zijn oude wereld aan en schokt haar. De waarde ervan doet waardeloos schijnen wat vroeger voor zichzelf sprak en hij voelt zich gedrongen “alles” weg te doen wat hij bezit, om te verwerven wat hem zojuist in de ogen blonk… De koopman heeft zijn zaak: inkoop en verkoop, geregeld door de verhouding van nut en recht; pogingen om de afzet te vergroten en de winst te doen groeien. Doch plotseling ziet hij de parel en de schitterende glans van haar kostbaarheid werpt alle berekeningen omver. Wat hij heeft schijnt hem niets en hij doet “alles” weg om haar te kunnen kopen.

Strijd

Wat de strijd doet ontstaan is dus geen gebod alleen; het is een werkelijkheid die zichtbaar wordt groter dan die welke tot nu toe ervaren werd. Een waarde, kostelijker dan welke tot nu toe als de wereld geprezen werd. En niet groter en kostelijker in deze zin dat het hier gaat om iets wat “meer” is, doch hoger dan “alles”. De richting waarheen “parel” en “schat” de ontsteltenis voeren, staat loodrecht op alle waarderingen in de wereld. Zij snijdt de hut en het paleis, de vluchtigste menselijke verhouding en de grote liefde, het armzaligste werk en de verhevenste schepping. Dat de kostbaarheid van het “geheel anders zijnde” begint te stralen, dat de roepstem van de heerlijkheid van het Rijk Gods ervaren wordt, — dát doet de strijd ontbranden.

 

Moeite

Hoe komt het dat dit alles zo moeilijk is? Doordat ons hart hangt aan de mensen en de dingen doordat we ons in onszelf staande houden. Veel ernstiger is dat wij, op de keper beschouwd, in het geheel niet zuiver weten waaróm wij ons moeten overgeven. Ons verstand wéét het wellicht omdat we het ergens hebben gehoord of gelezen, maar ons hárt weet het niet. Ons diepste bewustzijn begrijpt het niet want het is van de oorsprong van het leven vervreemd.

Zien en ervaren

Geven is op zichzelf niet zo moeilijk, doch ik moet weten waarvóór. Niet om voordeel te behalen maar omdat ik een werkelijke waarde alleen ter wille van een hogere kan loslaten…. Zodra het goud vóór mij ligt, is het niet moeilijk meer huis en hof weg te doen, maar ik moet het zièn! Zodra mij de parel wordt voorgehouden, kan ik er alles voor verkopen maar ik moet haar ook werkelijk zien glanzen. Ik moet de dingen van het leven weggeven voor “het andere”, maar de dingen en de mensen raken mij, oefenen invloed op mij uit, hebben mij in hun macht, — “het andere” is voor mijn gevoel onwerkelijk. Hoe kan ik de heerlijkheden der wereld weggeven ter wille van een schaduw? Dat het Rijk Gods kostelijk is, heeft men mij wel gezegd, maar ik ervaar het niet. Wat helpt het de koopman wanneer men hem vertelt: Daar ligt een kostbare parel; geef daarvoor ál wat je bezit?! Hij moet haar zièn.

Dat wij de parel niet zien blinken, dat wij van de kostbare waarde van hetgeen in Christus tot ons komt, niet innerlijk overtuigd zijn, — juist dát is ons ongeluk!  Hoe moeten we strijden wanneer aan de ene kant “alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid” liggen, doch aan de andere kant nevelbeelden??

Hoe komen we verder?

Allereerst door het woord: “Heer, ik geloof; kom mijn ongeloof te hulp!” Wij vermoeden toch allen wel ièts van de parel en de schat; daarom moeten wij ons wenden tot de Heer der heerlijkheid en Hem bidden dat Hij ons deze heerlijkheid tonen wil. Hij kan het. Hij kan er voor zorgen  dat de oneindige….

…. vooral op aan dat wij ze niet onmiddellijk opvatten in hun uiterste betekenis om ons vervolgens te verdedigen met de tegenwerping dat het ons niet aangaat.

De praktijk

Het “verliezen van het leven” begint reeds in de dagelijkse dingen; het “sterven” waarvan hier sprake is , kan al liggen in de wijze waarop wij het volgend uur één onzer hartstochten bedwingen. Wij moeten zorgen met daden te beginnen wáár we ook staan. Dan zal ons handelen leiden tot nieuw erkennen en het ontwaakte erkennen tot beter handelen.