Het menselijk leven

Het menselijk leven voltrekt zich op twee vlakken: het uiterlijke en het innerlijke. Op het eerste worden de woorden gesproken en de handelingen voltrokken; op het tweede wordt gedacht, vormt zich de gezindheid, vallen de beslissingen van het hart. Deze beide vlakken horen bij elkaar: samen vormen zij de éne wereld van het bestaan.

Het innerlijk is het belangrijkst

Beide zijn belangrijk, doch het innerlijke is het belangrijkst want wat in het uiterlijk bestaan geschiedt, komt tenslotte uit het innerlijk voort. Zo heeft reeds in het gewone mensenleven het innerlijk de voorrang boven het uiterlijke. Wanneer de wortels ziek worden, kan de boom misschien nog enige tijd verder groeien, maar tenslotte sterft hij. Dit geldt nog meer voor het leven van het geloof. Ook daar heerst uiterlijk handelen: spreken en luisteren, arbeid en strijd, actie en organisatie, — maar de diepste zin van dit alles ligt binnen in. Wat Marta doet, wordt door Maria gerechtvaardigd.

Maar toch behoudt Jezus’ woord over het beste deel zijn kracht.

Jezus’ leven

Jezus’ woord is in zijn eigen leven gegrondvest. Drie jaren, volgens velen nog niet eens twee, heeft Hij in het openbaar gewerkt, hoorbare woorden gesproken, zichtbare tekenen verricht, in de wereld van mensen en dingen voor God gestreden. Dertig jaar daarvóór heeft Hij gezwegen. En van die korte openbare tijd behoort nog een belangrijk deel tot het innerlijke, verborgen leven. Het levensverhaal van de evangeliën die tenslotte niet meer dan fragmenten weergeven, leidt ons immers, voordat belangrijke gebeurtenissen plaatsvinden, meermalen “naar een eenzame plaats” of boven op “een berg”, waar Hij bidt en waar de beslissingen vallen, — denk aan de keuze van de apostelen en aan Getsemani. Zo wordt Jezus’ handelen geheel door zijn zwijgend innerlijk leven bepaald.

Grondslag voor het geloof

Hier ligt de grondslag van een wet voor het geloof in het algemeen; en hoe heftiger de strijd is, hoe luider er wordt gesproken, hoe ijveriger wordt gewerkt aan arbeid en organisatie, des te noodzakelijker is het daaraan te herinneren. Eens zullen de luidruchtige dingen verstommen. Al wat zichtbaar is, tastbaar en hoorbaar zal voor het Oordeel komen en de grote ommekeer zal zich voltrekken. De uiterlijke wereld beschouwt zichzelf graag als het eigenlijke; het innerlijke neemt zij slechts op de koop toe als een enigszins zwakke afzijdigheid waartoe de mens zijn toevlucht neemt wanneer hij in de hoofdzaken niet langer kan meekomen.

Herstel

Maar eens worden de dingen hersteld. Wat thans zwijgt, zal dan het sterke blijken. Wat thans verborgen is, zal zich openbaren als het beslissende. De gezindheid zal belangrijker zijn dan de daad, het wezen zal zwaarder wegen dan het succes…. Maar ook op deze wijze is dit alles nog niet geheel zuiver uitgedrukt. Beter kan men zeggen dat innerlijk en uiterlijk één zullen zijn.

Het uiterlijk is slechts werkelijk in zo verre het door het innerlijke wordt gerechtvaardigd. Wat niet tevens innerlijk is, zal waardeloos zijn. Alleen wat van binnenuit werd gedragen en waarachtig is, zal de nieuwe, eeuwige schepping mogen binnentreden.