Inzicht

Rabbi Soesja placht te zeggen: ‘Niet daarom maak ik me zorgen dat ze me in de komende wereld zullen vragen waarom ik niet geweest ben als Mozes onze leraar en dat ik dan geen antwoord weet. Maar de angst en de verschrikking komen over me wanneer ik eraan denk dat ze me zullen vragen waarom ik niet geweest ben als Rabbi Soesja en dat ik dán niets zal weten te zeggen.

 

Inzicht krijgen in de grote levensvragen met betrekking tot jezelf om te worden wie je bent. Vragen als: ‘wat is mijn oorsprong’, ‘wat is mijn bestemming’, ‘waarvoor dient de tijd die ik op aarde doorbreng’.

Als je eens kijkt naar het eerste hoofdstuk van het grote Boek dan lees je daar dat de mens geschapen is naar het beeld van God. Dat betekent niet in eerste instantie dat je op God lijkt maar dat je gelijkenis vertoont met het beeld dat God van eeuwigheid van je heeft. Vergelijk het met een kunstenaar die een kunstwerk schept. Hij doet dat naar het beeld dat hij binnenin zich van dat kunstwerk al heeft en werkt dat dan uit in een fysieke vorm. Het kunstwerk lijkt dus niet op de kunstenaar maar op het beeld dat hij ervan heeft.

Het mooie en tevens moeilijke -van dat geschapen zijn naar Gods beeld- is dat je niet af bent als je ter wereld komt. Kijk, een koe, een kokosboom en het water zijn dat wel. Hun verschijning blijft zoals hij is, ze zijn vooraf gedefinieerd en vastgelegd; een koe gaat nooit eieren leggen en een distel brengt geen druiven voort. Hoe anders is dat met een mens. Je bent niet gedefinieerd en vastgelegd. Je moet doorheen het leven worden wie je bent; je moet gelijkenis gaan vertonen met het beeld dat God van je heeft. Je zou kunnen zeggen dat je je ware identiteit op het spoor moet komen.

Me dunkt dat je daarvoor terecht moet bij Degene die je heeft geschapen of misschien preciezer door wie je bent geschapen (Joh. 1:3).